afdruk

Brotzeit door Udo Pollmer

Unterbrochene Mahlzeit Rustige

Kent u "Fidgety Phil" nog? Met zulke heldere, om niet te zeggen banale diagnose kon de vakwereld zich niet tevredenstellen. Dan klinkt „hyperactiviteit“ al een stuk geleerder. Spoedig volstond ook dit niet meer voor de psychologen, zij begonnen hun cliëntelen ruimer te definiëren en vonden de term ADHD uit, die naast hyperactiviteit ook "aandachtstekortstoornis" en "impulsiviteit" omvat. 

Het duurde niet lang voordat zij zich realiseerden dat er ook impulsieve, levendige kinderen zijn die helemaal niet hyperactief zijn. Die lijden nu aan ADD, Attention Defekt Disorder. Dat kennen wij uit onze schooltijd: de stoornis trof de...

...klas wanneer het de onderwijzer aan vakmanschap en bekwaamheid ontbrak. Dan ontstond onrust. Vandaag de dag zijn daarvoor psychofarmica en therapieën - voor de scholieren.

Maar waarom alleen kinderen behandelen? De pillendraaiers rijden nu al met hun hyperactieve melkkoe van kleuterschool tot in het bejaardentehuis. Daar is nu ook al een "aandachtstekortstoornis". Onoplettende oude mensen krijgen dezelfde medicatie als de Fidgety Phil. Vreemd: vroeger verdween hyperactiviteit bij kinderen zodra ze in de puberteit kwamen.

Hoe krijgt men het dan voor elkaar om therapieën te verkopen aan klachtvrije volwassenen? Heel eenvoudig, hyperactiviteit ziet er bij hen heel anders uit: Het belangrijkste symptoom is "inefficiëntie op het werk". Een echte volksziekte dus. Een andere diagnostische aanwijzing: "Onrustig bij lange conferenties". De bedoelde snurker heeft de neiging instemmend te knikken en dan in te dommelen. De diagnose ADHD is zo goed als zeker wanneer de werknemer opvalt door "ongepaste commentaren". Wie opstandig is, krijgt al snel een spuitje. Of, erger nog, "gezonde voeding."


In de greep van de gezondheids trollen

Aangezien de Fidgety Phillen onder de kinderen therapeutisch moeilijk te behandelen waren, maar een enorme belasting vormde voor de betrokkenen, zagen de voedingsdeskundigen hun kans schoon. Aanvankelijk verdachten zij "fosfaten" in het eten, en in onwetendheid over de werkelijke hoeveelheden bestempelden ze cola en worst als gevaarlijke stoffen. Toen kwamen de kunstmatige kleurstoffen in beeld, vele werden zelfs in de hele EU verboden om kinderen tegen hyperactiviteit te beschermen. Het aantal getroffenen bleef echter verder stijgen.

Omdat bekend is dat voedsel overal debet aan is, maar geen enkel dieet echt hielp, werden moeders uiteindelijk aangespoord om zelf te koken - om de voeding van de kinderen beter onder controle te houden. En dat hielp! Waarschijnlijk niet zozeer omdat er geen nare toevoegingen in zaten, maar omdat de moeder om haar kind gaf. Als het kind ziet dat mama elke dag een uur aan het fornuis staat - alleen voor haar geliefde kind, doet dat vaak wonderen. Koken is een werkzamere aanpak, dan kinderen op een kostbare pedagogische wijze te bespelen.

Wijdverbreid is de these, dat suiker "vergif" voor hyperactieve kinderen zou zijn: "alsmaar suiker kan kinderen activeren, rusteloos maken, over hun toeren brengen, agressief maken, en stoort hun natuurlijke vermogen om zich te concentreren en in evenwicht te blijven." De ene keer verandert suiker kinderen in dikke, slome, treurige hoopjes ellende, de andere keer in agressieve zombies. Tijdens de suikerrijke adventstijd, mag het dan vrijelijk rondgaan. Alleen is het nog niemand opgevallen. Holle frasen tegen zoetigheid vinden een gewillig oor bij een voedingsbewust publiek, waarbij de tijdgeest ongehinderd door de opgestede luidsprekers schalt.


Verzadigde kinderen - evenwichtige scholieren

De bloedsuikercurves verlopen bij iedereen anders. En ze schommelen van dag tot dag. Veel hangt af van stress, veel van de enzymen, vooral de amylases. En natuurlijk hangt veel af van de pre-absorptieve insuline reflex. Zij die geen pre-absorptieve insulinereflex hebben, hebben gewoonlijk niet veel trek in zoetigheid. Het ligt anders bij magere kinderen. Op grond van hun gespannen warmtebalans, het weinige onderhuidse vet, gaan ze voor zoetigheid. Zij hebben snel energie nodig en ze komen daarmee, dankzij een aangepaste stofwisseling, in de regel goed terecht.

Elk voedingsadvies dat een calorie-fobie verspreidt, is voor kinderen giftig en veroorzaakt frustratie op school. Magere kinderen die honger hebben worden zenuwachtig. Bovendien hebben veel kinderen 's morgens geen eetlust en moeten ze uiterlijk in de 1e pauze iets te eten hebben. In plaats van het niet passende ontbijt zullen de meesten een cacaodrankje nemen, bij voorkeur met volle melk. Daarmee veranderde menig "hyperactief" kind dat de klas terroriseerde in een vriendelijke, leergierige leerling. Het was dus helemaal niet hyperactief, alleen maar hongerig. Maar dankzij de therapeuten, denken ze dat ze ziek zijn. Dankzij de psychofarmica, glijden ze steeds dieper in het ongeluk.

In dit verband moet ook worden gewezen op een soortgelijke vorm van ongecontroleerde beweging die doet denken aan hyperactiviteit. Fidgeting treedt spontaan op, van de ene op de andere dag . Meestal klagen de kinderen vooraf over keelpijn en hoesten. De oorzaak is een ziekteverwekker genaamd Streptococcus pyogenes. Hierbij verricht antibiotica wonderen tegen het stuiptrekken en het gefriemel.


Bijkomstige schade van preventie

Voorheen verdween de klassieke hyperactiviteit in de puberteit. Waarom eigenlijk? Heel simpel: de tieners begonnen te roken. Kennelijk heeft de farmaceutische industrie hier een voorbeeld aan genomen: Nicotine wordt in dierstudies gebruikt als maatstaf voor de effectiviteit van nieuwe medicijnen voor ADHD, omdat het de aandacht verhoogt. Nicotine zelf is niet patenteerbaar en daarbij ook veel te goedkoop, om er gezonde zaken mee te doen. Het rookverbod betaalt zich uit.

Enkele weken geleden werd onze horizon op het gebied van hyperactiviteit verder verbreed: een Amerikaanse kinderarts uit Pittsburg telde hoeveel gevaccineerde en niet-gevaccineerde kinderen in de loop der jaren zijn praktijk hadden bezocht met gezondheidsklachten. In totaal werden de gegevens van meer dan 3000 jonge patiënten geanalyseerd, goed 560 waren niet gevaccineerd. De verschillen in ziektecijfers waren verbijsterend. Het duidelijkst was het resultaat bij hyperactiviteit: van de gevaccineerde kinderen had ruim 5% later last van hyperactiviteit, van de niet-gevaccineerde geen enkele.

Deze eerste analyse maakt geen definitieve beoordeling mogelijk. Zo hebben familierampen zoals echtscheiding een enorme impact op kinderen en hun gedrag. Misschien houden ouders die sceptisch staan tegenover vaccins het smartphonegebruik van hun kinderen beter in de gaten. Het zou ook interessant zijn te weten of het bepaalde vaccins zijn, die met hyperactiviteit correleren.

We zullen waarschijnlijk tevergeefs wachten op opheldering: want op de publicatie volgde een beroepsverbod. Zo snel zal niemand het nog wagen om met soortgelijke resultaten naar de vakpers te gaan. Iemand heeft duidelijk doel getroffen, midden in de roos.

 

Literatuur

Saul R: ADHD Does Not Exist: The Truth About Attention Deficit and Hyperactivity Disorder. Harper Collins, New York 2015

Hafer H: Die heimliche Droge Nahrungsphosphat. Kriminalistik Verlag, Heidelberg 1984

McCann D et al: Food additives and hyperactive behaviour in 3-year-old and 8/9-year-old children in the community: a randomised, double-blinded, placebo-controlled trial. Lancet 2007; 370: 1560-1567

Accardo PJ et al (Eds): Attention Deficit Disorders and Hyperactivity in Children. Marcel Dekker, New York 1991

Selikowitz M: All about ADD. Oxford University Press, Melbourne 1995

Anon: AD(H)S und Konzentration: Ernährung als verstärkender Faktor? LCHF gesund; Wildweiss GmbH https://www.lchf-gesund.de/de/gesundheit/ads-adhs/ abgerufen am 17. Feb. 2021

Zeevi D et a: Personalized nutrition by prediction of glycemic responses. Cell 2015; 163: 1079–1094

Mandel AL, Breslin PAS: High endogenous salivary amylase activity is associated with improved glycemic homeostasis following starch ingestion in adults. Journal of Nutrition 2012; 142: 853–858

Power ML, Schulkin J: Anticipatory physiological regulation in feeding biology. In: Preddy VR et al: Handbook of Behavior, Food and Nutrition. Springer 2011: 829-844

Elder PJD et al: Human amylase gene copy number variation as a determinant of metabolic state. Expert Reviews in Endocrinology and Metabolism 2018; 13: 193-205

Weiss MD, Weiss JR: A guide to the treatment of adults with ADHD. Journal of Clinical Psychiatry 2004; 65: 27-37

Hahn B: Nicotinic receptors and attention. Current Topics in Behavioral Neurosciences 2015; 23: 103-135

Campos MW et al: Smoking and cognition. Current Drug Abuse Reviews 2016; 9: 1-4

Xu J et al: Antibodies from children with pandas bind specifically to striatal cholinergic interneurons and alter their activity. American Journal of Psychiatry 2021; 178: 48-64

Callahan PM et al: Atomoxetine improves memory and other components of executive function in young-adult rats and aged rhesus monkeys. Neuropharmacology 2019; 155: 65–75

Sterley TL et al: Nicotine-stimulated release of (3H) norepinephrine is reduced in the hippocampus of an animal model of attention-deficit/hyperactivity disorder, the spontaneously hypertensive rat. Brain Research 2014; 14: e1572

Lyons-Weiler J, Thomas P: Relative incidence of office visits and cumulative rates of billed diagnoses along the axis of vaccination. International Journal of Environmental Research & Public Health 2020; 17: e8674